Semester 4

Semester 4

Reflectie van een gebeurtenis: IPS

 

 

Fase 1: beschrijf de ervaring/situatie waarop je de reflectie zal toepassen

De situatie waarop ik zal reflecteren is het interdisciplinair samenwerken (IPS) van het derde semester. Tijdens deze samenwerking was het de bedoeling dat ik met verschillende studenten ging samenwerken. Dit waren studenten van zowel andere scholen als andere studierichtingen.

De andere richtingen waren: Toegepaste gezondheidswetenschappen, sport & beweging, ergotherapie en sociaal werk. Er werd van ons verwacht dat we zowel zelfstandig als in teamverband bepaalde taken tot een goed einde brachten. Het doel was onze eigen beroepsrollen beter te leren kennen alsook de beroepsrollen van je medestudenten hun richting. En natuurlijk ook het samenwerken tussen de verschillende disciplines.
In het groepsgebeuren had ik wel een redelijk leidende rol. Ik heb hier zelf niet helemaal bewust voor gekozen. Maar nadien bleek het wel duidelijk te zijn. Op het einde van de samenwerking werd er van ons team verwacht dat we een vergadering gingen voeren over alle componenten van het gehele IPS gebeuren. Ook toen was er een voorzitter nodig voor de vergadering. Niemand wou zich kandidaat stellen dus besloten we om als groep iemand aan te stellen. Ik werd door de groep aangeduid als voorzitter van de vergadering, en nam deze taak ook met veel plezier op mij.

De taken die effectief zelf heb uitgevoerd was het voorbereiden van een interview. Dit moest zo gebeuren zodat we aan de hand van de antwoorden van een mevrouw met een neurodegeneratieve aandoening een ICF-model konden opstellen. Deze verbleef in uniek- de waaiberg. (Een revalidatiecentrum voor mensen met een fysieke beperking).
Verder moest ik mijn eigen hypothesen stellen over de hulpvraag, probleemsamenhang alsook de eindvergadering voorbereiden en effectief leiden.

Als voorzitter van de vergadering had ik heel wat voorbereidend werk. Dit verliep goed, en zorgde ook voor een redelijk vlotte vergadering. Verder moest ik als voorzitter het gesprek op gang zetten. Daarbij lette ik er op dat iedereen aan bod kwam, en niet alleen diegene met de luidste stem. Dit deed ik door non-verbaal aan te moedigen en de leden te bedanken wanneer ze een relevante inbreng hadden. Dit bleek wel goed te lopen, want de feedback na de oefening beaamde dit. Ook moest ik de discussies die er ontstonden modereren. En nog een zeer belangrijke taak van mij tijdens deze vergadering was de tijd in de gaten houden.

Het resultaat was dat de vergadering vlot verliep. Alle nodige componenten kwamen aan bod. Iedereen kwam aan het woord, en de leden waren allemaal relatief tevreden. Ook de leerkracht was tevreden en gaf ons bijna allemaal zeer positieve feedback. Het enige negatief puntje (voor mij) was dat ik de tijd heel even uit het ook ben verloren. Dit zorgde er voor dat de vergadering 5minuten langer duurde dan gepland.

Fase 2: terugblikken: wat gebeurde er concreet?

Mijn doel was vooral alle taken tot een goed einde brengen alsook een meer diepgaand inzicht verkrijgen over alle verschillende beroepsrollen. Ook ging ik voor een heel vlotte en volledige teamvergadering. Ik denk dat mijn doelen wel redelijk gelijk liepen met de doelen van de andere teamleden. De andere betrokkenen, de mensen van Unie-K de Waaiberg. Dit was de mevrouw van wie we het interview afnamen en haar verzorgsters. Dit waren de medewerkers van de Waaiberg. Die laatste wouden ons een praktijkervaring meegeven waaruit we inzichten verschaffen over de werking van revalidatiecentra. Daarin zijn de medewerkers wel geslaagd. Ik had persoonlijk toch wel een heel ander beeld van het revalidatiecentrum dan voor de opdracht. De andere mevrouw, deze van het interview. Deze had volgens mij niet direct doelen. Maar ze leek wel te genieten van de aandacht en het gesprek. Mijn partner waarmee ik het interview moest afnemen was uit op een duidelijk gestructureerd interview. Die niet te lang duurde. Want dit was/ is moeilijk voor de geïnterviewde.

 

Voor de eindvergadering met het gehele team was mijn taak vooral de voorbereiding en het leiden van de vergadering. Ik zorgde er voor dat discussies niet uitdraaiden tot ruzies binnen het team. Ook zorgde ik er voor dat alle stappen van het ICF-model aan bod kwamen. Verder ging ik ook na of alle teamleden hun rol wisten en wat van hun verwacht werd. Zo voorkom je als voorzitter dat mensen zich waardeloos voelen tijdens een vergadering. Ik lette er vooral op dat er denkpistes aan bod kwamen van alle richtingen uit. De betrokkenen zorgden vooral voor de inhoudelijke zaken. Zij waren zeer goed op de hoogte van het inhoudelijke aspect van het ICF model van onze cliënt. Ook was er een notulist, die zijn job was alle relevante en besproken onderwerpen overzichtelijk bij te houden.

Ikzelf vond dat de vergadering zeer goed verliep. Al waren er wel wat kandidaten die ik echt moest meetrekken om mee te spreken en hun echt uitnodigen om zelf argumenten aan te halen. De andere teamleden bleken ook tevreden te zijn. Al vonden sommigen het jammer dat we te weinig tijd hadden gekregen van de leerkracht om alles te bespreken. Achteraf moesten de leerlingen hun mening geven over hoe zij vonden dat de vergadering gegaan was. Velen van hun waren echt tevreden over mijn rol als voorzitter en vonden dat ik goed structuur kon aangeven en echt de leiding nemen wanneer er dingen fout liepen.

Aanvankelijk voelde ik mij wat onzeker in de voorzitter rol en had ik heel wat stress. Dit kwam volgens mij vooral omdat je wist dat je letterlijk van alle hoeken werd geobserveerd door andere studenten alsook een leerkracht die je punten gaf. Eenmaal de vergadering even aan de gang was, trok de stress al snel weg. En kon ik mij focussen op datgene dat er van mij verwacht werd.

 

 Fase 3: bewustwording van essentiële aspecten

Voor mij heeft de opdracht van het interprofessioneel samenwerken mij wel tot nadenken gezet. Ik zag mijzelf niet echt als leider van een groep. Maar het bleek toch allemaal redelijk vlot verlopen te zijn. Verder gaf het feit dat de groep mij koos als voorzitter mij ook wel een duwtje in de rug om deze taak zo goed mogelijk te vervullen. Na de opdracht stelde ik mij de vraag of ik misschien toch meer een leiderstype ben dan ik zelf dacht?  De groep luisterde naar mijn feedback, ging mee in de gesprekken en stelde mij vragen wanneer ze met twijfels zaten.

De positieve ontdekking voor mij is dat ik in de toekomst niet zoveel moet twijfelen aan mijn eigen kunnen. Vaak heb ik voor een opdracht begint zeer veel twijfels en zie ik een heleboel doemscenario’s en manieren waarop het allemaal kan foutlopen. Na de opdracht merk ik vaak dat het toch allemaal heel vlot ging. En dit is zeker ook niet de eerste keer. De vraag is nu alleen nog hoe ik dit voor elkaar krijg naar de toekomst toe.

 Fase 4: alternatieven

In de toekomst zal ik proberen rustiger en zonder stress aan opdrachten te beginnen. Het voordeel hierbij is dat ik op het moment zelf en voor de opdracht plaatsvind minder stress zal hebben en mij beter voelen. Het nadeel is dat ik de opdracht (waarschijnlijk) tot een minder goed einde zal brengen. Ik ben doorgaans wel iemand die dat beetje stress nodig heeft om te presteren en goed werk te leveren. Een ander alternatief is mij nog beter en vroeger voorbereiden. Als ik volledig tot in de details voorbereid ben en weet waarmee ik bezig ben, hoef ik mij geen zorgen te maken over alle dingen die nog moeten gebeuren. Want die zouden dan in principe al allemaal moeten gebeurd zijn.

Wat ik meeneem is vooral de zeer positieve succeservaring in teamverband. Dit was iets dat relatief weinig is voorgekomen in de opleiding de voorbije 4 semesters. Ik ga in het vervolg positiever kijken naar groepsopdrachten en deze met meer zelfvertrouwen aanpakken. Moest het nog eens gebeuren dat ik in teamverband moet werken, en er treed niemand naar voor om de leidende rol op zich te nemen. Dan zal ik dit eens bewust proberen te doen indien de anderen hiermee akkoord gaan. Maar zoiets voel je volgens mij wel snel aan.