Semester 4

Semester 4

Sterkte-zwakte analyse

 

Tijdens de voorbije maanden heb ik heel wat kansen gehad om mijn professionele competenties te ontwikkelen. Verder vind ik ook dat ik als persoon toch heel wat gegroeid ben.

Een module die toch wel een grote invloed heeft gehad op mijn professionele ontwikkeling is het interprofessioneel samenwerken (IPS). Daar heb ik gemerkt dat ik indien nodig toch wel een goed leidend figuur kan zijn. En dit is iets wat ik aanvankelijk niet van mijzelf had verwacht. In het groepsgebeuren treed ik wel naar voor, geef ik mijn mening en verdedig ik deze ook. Maar echt de leiding nemen, en je team structuur aangeven was iets dat ik mijzelf totaal niet zag doen. Tot de module IPS plaatsvond. Tijdens het gedeelte waar we moesten werken in groepen begon ik eerst weer zoals gewoonlijk. Ik wachtte af en besloot dan wel hoe ik zou handelen. Dat reactief handelen komt opnieuw naar voor.

Nu was het toevallig dat de groep mij aanstelde als voorzitter/ leider van de groep. Dit zorgde dat ik min of meer gedwongen werd om deze rol op mij te nemen.
Het verdere verloop van het IPS ging heel goed naar mijn mening. Ook de leden van het team leken tevreden te zijn over mij als voorzitter/ leider. Na alles voorbij was van deze module gaf me dit wel stof tot nadenken. Op zich ben ik een eerder beschaamd persoon die zichzelf niet als leider ziet. Maar als zowel de groep, de leerkrachten en ikzelf het goed vonden, ben ik misschien toch niet zo’n slechte leider als ik dacht? En moet ik misschien afstappen van die ingesteldheid dat ik geen goede leider kan zijn.

En dit werd min of meer bevestigd tijdens de module trainer-coach. Daar moesten we een voorbereidende training geven in een kleiner groepje. Het groepje waar ik in zat bestond uit drie leden. Ook daar werd er van mij verwacht dat ik de trainer rol op mij nam. En de andere groepsleden waren de co-trainers. Ook dit verliep zeer goed. Bij deze module heb ik ook de beroepscompetentie van ‘communicator’ kunnen uitbouwen. Meer specifiek: Realiseren van een actieplan. Bij het kennis maken met het geven van de training kregen we een volledig uitgewerkte training. Deze was tot in de details uitgewerkt in een draaiboek. Dit draaiboek hebben we met de gehele groep doorgenomen, de taken eerlijk verdeeld en aanpassingen gedaan waar we dit nodig vonden.

 

Tijdens de stage kwam ik in contact met een zeer kwetsbare groep jongeren. Deze  hebben bijna allemaal zeer veel bagage en een getekende achtergrond. Ik vind van mijzelf dat ik heel bewust om ging met deze jongens. Het was mij duidelijk dat mijn eigen handelen en communiceren toch een relatief grote invloed kon hebben op deze jongens. Het lukt mij overigens ook wel goed om mij in de schoenen te plaatsen van de leerlingen op K.W IBIS. Wanneer er iets fout loopt en de leerkrachten reageren daar nogal redelijk heftig op. Heb ik vaak het gevoel dat ze de beweegreden van de leerling niet zien. Velen van hun zitten met zo’n gigantische interne onrust en chaos, dat ze niet anders kunnen dan ontploffen wanneer ze lastig worden gevallen in klas. Ook is het bespreken van de beleving van de leerlingen één van de taken die ik het meest kan doen op mijn stageplaats. Ik probeer te begrijpen waarom zij zo handelden. Daarna probeer ik hun te laten inzien dat er misschien alternatieven zijn in plaats van weg te lopen uit klas of eigendommen stuk te maken. De stage heeft ervoor gezorgd dat ik de competenties interpersoonlijke sensitiviteit & contextueel handelen heb kunnen uitproberen alsook verder uit te breiden en te ‘’finetunen’’.

Op de stageplaats heb ik heel wat contact met alle medewerkers. Dit zijn dan zowel andere leerlingbegeleiders, opvoeders, leerkrachten, keukendiensten en de directeur(s). Met vrijwel iedereen heb ik al aangename en lange gesprekken gehad. Met de mensen waarmee ik het nauwst samenwerk is er volgens mij ook een zeer goede band, met de nodige professionele afstand. Dit wijst op de sterkte van professioneel samenwerken en relaties opbouwen. Daarbij is het volgens mij zeer belangrijk dat je flexibel bent. Dit was één van de zeer positieve punten tijdens mijn functioneringsgesprek.

Een competentie van de psychologisch dienstverlener is het psychologisch counselen. Dit is iets dat we hebben kunnen oefenen en leren tijdens de lessen ik als communicator en ik als psychologisch dienstverlener. Voor mij is dit één van de competenties die zeer goed en relatief snel geëvolueerd is. Ik herinner mij nog de eerste lessen IAC. Toen dacht ik nog ‘waar ben ik in aan begonnen?’ Het voelde zeer onwennig aan. Maar nu in het vierde semester kan ik welgemeend zeggen dat ik de gesprekken IAD echt leuk vind om te voeren. En dit viel ook mevrouw Wyverkens op. Deze competentie is volgens mij zeer belangrijk in het werkveld van de toegepaste psycholoog. Deze competentie groeit en veranderd ook continue, omdat we zo vaak de kans krijgen om deze toe te passen en er op te reflecteren. Zoals op je stage, huiswerkbegeleiding en werkcolleges.
Er zijn natuurlijk niet alleen competenties die ik goed vind lopen. Er zijn er heel wat die nog een hele boel werk hebben. En anderen die wat moeten bijgeschaafd worden.

Advies verlenen, dit is een competentie van psychologisch dienstverlener. Ik heb gemerkt tijdens de voorbije maanden dat het effectief geven van advies zeer moeilijk is.
Het kwam voor op stage, huiswerkbegeleiding en ook bij vrienden dat ik niet wist hoe en welk advies ik moest geven. Ook vind ik dit een verwarrende competentie. In de lessen zagen we vaak dat wij geen advies/ oplossingen mogen aanbieden aan de cliënten. Ze moeten er zelf opkomen, doordat wij als counselors de juiste vragen stellen. Maar wat als mensen / cliënten / leerlingen uitdrukkelijk om mijn advies vragen? Momenteel geef ik ze gewoon mijn mening over de situatie. Maar hoe ze zouden moeten handelen volgens mij vind ik niet simpel om over te brengen in woorden zonder tegen een muur aan te lopen. Ik weet natuurlijk ook niet wat de beste handeling is voor iedereen. De cliënt zelf is de expert over zijn eigen beleving en leven…

Verder heb ik (nog altijd) heel wat moeite met preventief handelen. Ik ben vooral iemand die reactief te werk gaat. Ik speel in op situaties en maak er het beste van met de capaciteiten die ik heb. Vaak zorgt dit wel voor wat stress. Maar ik ben iemand die dat beetje stress nodig heeft om mijn beste prestaties te leveren. Toch zou dit iets zijn dat ik wil veranderen naar de toekomst toe. Het zou het voor mijzelf vergemakkelijken, en het is ook een noodzakelijke competentie voor de beroepsrol van preventie-actor. In de volgende semesters zal ik deze competentie proberen verder te ontwikkelen door regelmatig stil te staan bij het feit of ik reactief / preventief aan het handelen ben. Als ik merk dat ik reactief aan het handelen ben, zal ik mezelf de vraag  stellen over hoe ik dit preventief kon aangepakt hebben.

Hoewel we al zeer veel info kregen over de hulpverlening… En in verschillende modules het volledige netwerk aan hulpverlening te zien kregen. Heb ik toch nog moeite met mijn weg te vinden door deze (vang)netten op vlak van geestelijke gezondheid. Zonder internet is het voor mij heel moeilijk om te weten waar wie terecht kan met welke problematieken. De reden hiervoor is volgens mij het continue veranderende aspect van deze hulpverlening. Wat op zich heel positief is, want het is belangrijk dat men aanpassingen doorvoert aan de hand van de continue veranderende maatschappij. Ook zijn er gigantisch veel mogelijkheden waar je terecht kan bij private ondernemingen en VZW’s en dergelijke… Het aanbod is enorm maar tegelijkertijd ook te klein voor de gigantische aantallen mensen die te maken hebben met bepaalde problematieken.
Daarom vind ik het adequaat doorverwijzen één van mijn zwaktes tijdens opleiding de voorbije twee jaar.

Zoals vermeld in voorgaande reflecties is en blijft (momenteel) het ontwerpen van een actieplan ook één van mijn zwaktes. Als ik nadenk waarom dit mijn zwakte blijft kom ik steeds bij hetzelfde punt terecht. Ik twijfel zeer vaak over mijn eigen kunnen en aanpak. Daarom lukt het maar zeer moeizaam om een effectief plan van aanpak te realiseren. Het ‘in dialoog’ gedeelte lukt mij volgens mij wel. En ik heb gemerkt dat ook hier een positieve trend plaatsvond de voorbije twee semesters.
Het effectief werken met de cliënt naar dit doel toe aan de hand van zo’n plan is waar het schoentje wringt. Naar de toekomst toe zal ik proberen uitdrukkelijke plannen te ontwerpen, en deze ook zo goed mogelijk te volgen en op tijd stil te staan of de aanpak wel de juiste is. Misschien kan ik hiervoor terecht bij mijn toekomstige mentor op de stageplaats van het derde en laatste jaar.